jaarverslag 2019

11 Kortlopende schulden

11.1 Schulden aan overheid en kredietinstellingen
 

2019

2018

kortlopende deel van de langlopende schulden

4.084

3.837

overige schulden aan overheid

73

12

totaal schulden aan overheid

4.157

3.849

   
 

2019

2018

kortlopende deel van de langlopende schulden

88.708

52.935

overige schulden aan kredietinstellingen

15.753

33.928

totaal schulden aan kredietinstellingen

104.461

86.863

11.2 Schulden aan leveranciers
 

2019

2018

schulden aan leveranciers

17.239

26.681

11.3 Onderhanden projecten 
 

2019

2018

gefactureerde termijnen

0

7.523

kostprijs onderhanden koopprojecten verkochte woningen

0

-6.821

totaal

0

702

   
 

2019

2018

debetstand onderhanden projecten

0

0

creditstand onderhanden projecten

0

702

totaal

0

702

Afhankelijk van de stand van de uitvoering van het werk wordt deze post als actief dan wel passief verantwoord.

11.4 Belastingen en premies sociale verzekeringen
 

2019

2018

omzetbelasting

3.260

3.450

vpb

0

0

loonheffing en premies sociale verzekeringen

1.821

1.510

totaal

5.081

4.960

11.5 Overige schulden
 

2019

2018

te betalen netto lonen

2

0

11.6 Overlopende passiva
 

2019

2018

niet vervallen rente

21.461

23.467

(vooruit) ontvangen huur

7.502

7.591

nog te verrekenen servicekosten

6.518

6.151

overige overlopende passiva

36.302

35.423

totaal overlopende passiva

71.784

72.633

   
   

overige overlopende passiva

2019

2018

nog niet gefactureerde prestaties lopende projecten

5.423

2.623

nog niet gefactureerde prestaties onderhoud

6.233

4.664

nog niet gefactureerde prestaties apparaatskosten

388

197

nog niet gefactureerde prestaties externen

1.757

914

overige overlopende passiva

3.161

3.611

nog te besteden investeringssubsidies

19.340

23.414

totaal

36.302

35.423

11.7 Schulden aan verbonden partijen
 

2019

2018

VvE's

537

5

totaal

537

5

Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen

Aangegane verplichtingen

De aangegane verplichtingen voor de in uitvoering zijnde projecten bedragen ultimo boekjaar € 111,1 miljoen (2018: € 57,2 miljoen). Deze verplichtingen bestaan uit de geraamde projectkosten en verplichtingen vanuit (planmatig) onderhoud, onder aftrek van de te ontvangen subsidies en tot en met de balansdatum bestede bedragen.

Obligo ten behoeve van Waarborgfonds Sociale Woningbouw

Ten behoeve van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) moet een obligo aangehouden worden voor leningen die door het WSW geborgd zijn. Invordering van het obligo kan alleen plaatsvinden wanneer het risicovermogen van het WSW daalt als gevolg van aanspraken (van geldgevers) onder het garantieniveau van 0,25% van de door het WSW geborgde schuldrestanten. Het obligo ultimo boekjaar bedraagt € 63,7 miljoen (2018: € 59,1 miljoen). Deze toename van het obligo wordt verklaard door de toename van de geborgde leningportefeuille.

Faciliteiten en zekerheden

Woonstad Rotterdam beschikt bij de BNG over een kredietfaciliteit van € 50,0 miljoen. Daarnaast heeft Woonstad Rotterdam nog een door het WSW geborgde roll-over kredietfaciliteit van € 35,0 miljoen, waarvan een bedrag van minimaal € 7,0 miljoen moet worden opgenomen. Van de kredietfaciliteit is € 25,0 miljoen opgenomen.

Aansprakelijkheid bij een fiscale eenheid

Woonstad Rotterdam vormt met de deelnemingen Woonstad Holding BV, Woonstad Warmte BV, Woonstad Vastgoed BV en Kennis & Energie BV een fiscale eenheid voor de Vennootschapsbelasting.

Met de deelnemingen Woonstad Holding BV, Woonstad Warmte BV, Woonstad Vastgoed BV en Kennis & Energie vormt Woonstad Rotterdam een fiscale eenheid voor de Omzetbelasting.

Op grond van de standaardvoorwaarden zijn Woonstad Rotterdam en de met haar gevoegde dochteronderneming elk hoofdelijk aansprakelijk voor de ter zake door de combinatie verschuldigde belasting.

Huurverplichtingen panden

De opslagruimten zijn voor een langere periode gehuurd. De looptijden van de contracten en de daarmee gemoeide jaarlijkse bedragen zijn in de volgende tabel gespecificeerd.

jaar

verplichting

 

2020

89

 

2021

89

 

2022

0

 

2023

0

 

Lease- en huurverplichtingen

Aangegane verplichtingen vanuit lease en huur leiden tot een jaarlijkse exploitatielast voor het wagenpark, kopieer- en koffiemachines. Hierbij is er sprake van verschillende looptijden van de contracten en neemt de verplichting van de lopende contracten geleidelijk af.

te betalen

  

binnen één jaar

335

 

tussen één en vijf jaar

902

 

meer dan vijf jaar

0

 

totaal

1.237

 

Per 1 oktober 2019 is de huur van het kantoorpand aan de Westblaak 210 beëindigd. 

MVE onderhoud

Bij verkoop onder MVE voorwaarden heeft Woonstad Rotterdam zich verplicht voor eigen rekening en risico het planmatig onderhoud uit te voeren. Met de kopers van woningen in een MVE constructie heeft Woonstad Rotterdam een onderhoudscontract, waarvoor de MVE eigenaar maandelijks een vast bedrag betaalt aan Woonstad Rotterdam.

MVE-D

In 2014 is MVE-D geïntroduceerd. MVE-D kent geen terugkoopverplichting. Conform MVE-C en MVE-A maakt de onderhoudsconstructie wel deel uit van MVE-D. Met de introductie van MVE-D is de terugkoopverplichting bij nieuwe verkopen vanaf oktober 2014 volledig afgeschaft bij Woonstad Rotterdam. Totaal zijn er 672 MVE-D woningen verkocht sinds de invoering van het MVE-D label.

Heffing saneringsfonds

Woonstad Rotterdam zal de komende 5 jaren naar verwachting in totaal € 16,5 moeten afdragen aan door het WSW opgelegde saneringsheffingen. Deze middelen worden ingezet om noodlijdende corporaties financieel er weer bovenop te helpen.

Overige bankgaranties

Woonstad Rotterdam heeft eind 2019 zes bankgaranties afgegeven, totaal € 0,5 miljoen (LD1930300001, LD1931200001, LD1931200002, LD1933600001, LD1933600002 en LD1935700001).

Gebeurtenissen na balansdatum

De uitbraak van het COVID-19 virus kwalificeert als gebeurtenis na balansdatum. De impact op onze bedrijfsvoering hebben wij toegelicht onder het hoofdstuk van de algemene grondslagen van de jaarrekening.